Tom is niet zielig

De Olympische Spelen leggen veel bloot. Zeker nu, in deze tijden van Corona. Onzekerheid is troef. Maar Olympiërs zijn doorzetters pur sang. Koste wat kost zal de doelstelling bereikt worden en dat is deelname. Maar, als de deelname eenmaal is bereikt dan volgt bijna vanzelfsprekend dat men voor een medaille gaat. En de échte diehards gaan alleen maar voor goud. Olympische comités voorspellen zelfs het aantal medailles voor ‘hun’ land.

Het lichaam wordt binnen een aantal jaren bijna kapot getraind. Niets en niemand ontziend, gaan de sporters aan de slag. Alles moet er voor wijken, zelfs de directe omgeving en vrienden. Allerlei begeleiders zijn er zowat dagelijks bij om bij te spijkeren waar nodig. Het lichaam dient in optima forma te zijn, anders kan de prestatie niet geleverd worden. Trainers en coaches draaien overuren. Data worden tot in den treure verzameld en geanalyseerd, trainingsschema’s worden gebouwd en bijgesteld.

Maar dan is er natuurlijk ook nog de mentale kant van de te winnen of verliezen medailles. De sporters voelen wel de geestelijke belasting en raken soms in stress of haken helemaal af, omdat het lichaam nu eenmaal protesteert tegen zoveel spanning en stress. Torenhoge verwachtingen van de sporters zélf, hun begeleiders, de organisatie en niet te vergeten de media en ‘het volk’. zorgen er vanzelf voor dat de ‘geest’ of, zoals de sporters en coaches het zelf liever ‘de mindset’ noemen, zich aanpast aan de lichamelijke belasting. Zeker als het nog maar alleen gaat om het winnen van een medaille, of nog sterker, van een gouden medaille. Als je wint heb je vrienden, verlies je dan raak je totaal in de vergetelheid.

Als dan de wedstrijden beginnen en er op het scherpst van de snede wordt gestreden om een plaats, een plek bij de top tien of voor een medaille, dan worden sporters heen en weer geslingerd tussen enorme teleurstellingen of een ongekende euforie. Tranen vloeien met tuiten, óf door de teleurstelling óf door de euforie.
Hele grote verhalen over ‘de weg náár de Spelen’ worden breed uitgemeten verteld, analisten struikelen over elkaar met hun betweterij, maar de sporters hebben hun eigen leven. Zowel lichamelijk als geestelijk.

Te hoge verwachtingen leiden automatisch tot diepe teleurstellingen. Maar sporters, media en publiek hebben het over een blunder van jewelste, over grote fouten, een verkeerde organisatie, domme pech en puur toeval. Dan is het vooral zielig en erg voor de betreffende sporter.

Maar ik zag en hoorde toch een van de analisten, oud-wielrenner Stef Clement zeggen dat een topsporter niet zielig is. Immers hij of zij doet het zichzelf aan, hij of zij stelt de doelen, doet de trainingen en levert de prestatie. Het ging m.n. over Tom Dumoulin.
De commentatoren vertelden het ‘verhaal’ van Tom naar de Spelen toe. Stef Clement zuchtte eens diep en sprak de legendarische woorden:
‘Maar hij is nooit zielig geweest.’
Hij was het zichtbaar én hoorbaar niet eens met het dramatiseren van hoogte- en dieptepunten in de carrières van topsporters in het algemeen en die van Tom in het bijzonder.

Laat een bericht achter.