Carnaval alaaf!

Carnaval is cultuur, maar niet voor iedereen. Massa’s mensen dompelen zich in het feestgedruis, terwijl anderen tijdelijk uit hun vertrouwde omgeving verdwijnen om vooral niets van de vasteloavend mee te hoeven krijgen. De echte liefhebber laat zich niet wegjagen, door niets of niemand. Die gaat er een stuk of vijf dagen tegenaan. Het gevoel van losbandigheid wordt opgezocht. Je breekt uit jezelf, je gaat uit de bol en laat je even letterlijk gaan. Geen remmen meer, niemand die zegt wat je moet doen, hoe je tot een prestatie moet komen en de productie op gang moet houden. Bazen en chefs zijn tijdelijk op non-actief gezet.

Je zet een masker op en denkt dat je niet meer herkend wordt. Zonder het te beseffen toon jij je ware aard. Het masker geeft immers iets weer van hoe je diep in jezelf bent of zou willen zijn. Een clown herbergt een clowneske persoonlijkheid, een vampier ruikt graag het bloed van een ander, de hofnar filosofeert het liefst terwijl een oud wijf niet altijd even serieus genomen wil worden. Alles figuurlijk bedoeld natuurlijk. Echter, in het leven buiten carnaval is de drager van die maskers meestal niet zo moedig om dergelijk uiterlijk vertoon aan de dag te leggen. Het hoeft natuurlijk ook niet letterlijk opgevat te worden, maar toch…

Carnaval is bij uitstek dé gelegenheid om eens niet te hoeven nadenken over verantwoordelijkheden. Je raakt los van de verbondenheid met partner, werk en gezin. Vandaar dat je graag jouw arm in die van een ander haakt om op de zwier te gaan. Het contact met bekenden of wildvreemden wordt iets intiemer. Alhoewel, de toestand in de samenleving is de laatste jaren wel zodanig veranderd dat ik vermoed dat het dit jaar wel iets anders zal zijn. Hoe zullen de vreemdelingen die de voorbije jaren hier zijn neergestreken omgaan met het feestgedruis. Gaan zij helemaal los, waardoor met name het vrouwelijk schoon op hun qui vive moet zijn?
De carnavalsgekken laten zich echter niet ringeloren door andere kwibussen die denken de ongeschreven wetten van de vier doldwaze dagen geweld aan te doen. Zij lachen naar iedereen, zijn vriendelijk, maken muziek en herrie, dansen en hossen met willekeurige voorbijgangers. Het glas of de plastic beker wordt geheven, ongeacht de prijs. Er wordt lekker geknuffeld en gekust. Met Carnaval is er een natuurlijke behoefte aan iets meer lichamelijk contact, waarbij een lichte ondeugd als vanzelfsprekendheid lijkt. Alcohol werkt hierbij stimulerend en gooit sommige remmen los. Velen moeten eerst in een soort roes komen en schroom van zich afwerpen om zich bloot te durven geven of losbandig gedrag te vertonen. De dronkenschap zou als een soort verzachtende omstandigheid kunnen gelden.

Na de dolle dagen keren we terug in de wereld van alledag. Al of niet met een kater van de alcohol of van het besef dat er een klein kapitaaltje aan Euro’s naar de kroegen werden gebracht. We gaan verder waar we gebleven waren. Met de vluchtelingen, onze pensioenen, de ondoorgrondelijke politiek met de aankomende verkiezingen en met de ellendige terreur in de wereld. Op Aswoensdag lopen we weer in het gareel, zowel thuis als op het werk. We luisteren braaf naar wat de chef of baas ons opdraagt. Het leven wordt weer serieus. Sommigen halen een askruisje om zo opnieuw te worden herinnerd aan het aardse bestaan.
We zetten onze maskers af en vertonen ons alledaagse uitgestreken gezicht. De losbandigheid verdwijnt, we keren terug in onze bol en in ons zelf, zonder tot het besef te zijn gekomen wat dat toch was dat ons uit onszelf liet breken en zo losbandig maakte.

Wat een prachtig gevoel eigenlijk!

Alaaf !
Je zou ook kunnen zeggen dat we alles van ons (a)af moeten gooien, oftewel dat we ons dagelijks masker afzetten. De vraag is of we dan nog steeds serieus worden genomen.
Laat je niet gek maken, volgend jaar is het opnieuw Carnaval.

4 Comments

Laat een bericht achter.