Kletsmajoor

karikatuur-door-gady-mirtenbaum-3-dichtbijIk weet het, ik praat wat bij elkaar, soms tot ergernis van anderen toe. Soms word ik tot de orde geroepen en dat is maar goed ook. Ik zou gewoon doorgaan. Als je eenmaal een moelejan bent – in mijn dialect de uitdrukking voor een kletsmajoor – dan ben je nauwelijks te stoppen. Ik ben de tegenpool van de stille, iemand die je met geen mogelijkheid aan het praten krijgt.

Daarbij komt dat ik door velen wordt uitgedaagd om verhalen te vertellen. Tja, dan is het hek natuurlijk helemaal van de dam. Maar, ik kan me goed voorstellen dat iemand die graag z’n eigen verhaal wil vertellen, of op zoek is naar rust, gefrustreerd raakt wanneer er een ander constant of (te) veel aan het woord is.
Overigens moel (praat) ik alleen zoveel als ik binnen literaire en aanverwante kringen vertoef. Schrijvers en kunstenaars willen hun ei kwijt, hoor ik daar wel eens zeggen. Meestal lukt dat in boeken, maar niet alles kan daarin gepropt worden. Het hoofd puilt uit van de ideeën. Het is erg gevoelig voor prikkels van buitenaf, dat leidt weer tot een golf aan inspiratie en creativiteit. Als een groep schrijvers aan het ‘netwerken’ is, dan is er geen houden aan en lijkt het op afstand wel een kippenhok, dat overbewoond wordt door hanen.

Toch was ik niet altijd zo.
Toen ik nog gevangen zat binnen de hiërarchie van mijn werkomgeving en te maken had met regels, wetten en protocollen, ontbrak mij de ruimte en tijd om te vertellen wat mij bezig hield. Tijdens mijn opvoeding was mij geleerd de mond te houden. Ik werd tot de orde geroepen als ik de neiging kreeg om breedvoerig te orakelen over wat mij bezig hield. Dat gebeurde zeker de eerste dertig jaar van mijn werkzame leven. Toen brak er blijkbaar iets in mij. Opeens voelde ik een sterke neiging om te gaan schrijven. Tot mijn grote verbazing werden mijn psychologische gekleurde verhalen over het politieberoep gelezen en ik kreeg positieve feedback. En dat in een door hokjesgeesten bewoonde wereld.

Rond 2004 onderging ik een assessment. Daarin werd gekeken naar mijn capaciteiten en kwaliteiten. Laat uitgerekend daar de eindconclusie worden getrokken dat ik een Prediker en Bruggenbouwer was? Ik schrijf deze woorden bewust met een hoofdletter om te duiden hoeveel gelijk die onderzoeker had. Het schrijven ontwikkelde zich verder tot waar ik nu ben aangeland. Ik bracht heel wat mensen tot elkaar, waaruit vervolgens weer nieuwe ideeën, contacten en vriendschappen ontstonden. Dus, met het bruggen bouwen zat het ook wel snor.
Alleen, ik had nooit kunnen voorzien hoe overweldigend die nieuwe wereld voor mij werd. Ik rolde als vanzelf de kunstenaarswereld in en beleefde geweldige ervaringen. Geen wonder dat ik daardoor heel enthousiast werd en van de daken wil schreeuwen wat mij is overkomen. Logisch ook dat er een moment komt, dat iemand mij tot de orde roept en zegt dat anderen ook wel eens iets willen vertellen. Het overkomt immers niet alleen mij.

Conclusie, als het na deze zelfreflectie toch nog eens voorkomt dat je het gevoel krijgt te worden overrompeld door mijn gepraat, roep me dan tot de orde. De majoor zal zich dan proberen te onthouden van verder geklets. Garanderen kan ik echter niets.


5 Comments

  1. Ik herken het hoor, je bent niet de enige, en als we allemaal het zelfde waren, dan was er gekakel, en allemaal stille, ja wat dan vraag ik mij wel eens af, !!!!! lol

    Reply
  2. Dank voor jullie reacties.

    Gekakel en stilte, het zijn elkaars tegenpolen, net zoals dag en nacht. Het een kan niet zonder het ander bestaan. In dat geval hebben wij allemaal evenveel bestaansrecht.
    Dus…kakel rustig verder, of wees lekker stil 🙂

    Reply

Laat een bericht achter.