Blauwe en bezield

Recent las ik een column van Ruud Verhoeven uit Gulpen. Hij begon zijn artikel met de zin: ‘Ik heb geen verstand van Recht’.
Hij eindigde de column, welke hij altijd schrijft vanuit een vrouwelijk persoon, genaamd Françoise, als volgt:
‘Toen afgelopen week die vuurwapengevaarlijke verdachte, die een levenslange straf boven het hoofd hing, zijn enkelbandje doorknipte, toen ie daarvoor naar de rechtbank moest, knapte er voor de zoveelste keer iets in me. Ik was boos. Zó boos dat ik dat er volgende week over doorga. Sommige dingen krijg je in één verhaaltje niet Recht.’

Ik kon mij de boosheid goed voorstellen.
In mijn boek ‘De Blauwe Diender’ schreef ik onderstaand hoofdstuk ‘Blauw Bezield’. Dat vertelt over hoe ik van een jongen van 18 jaar, die weinig wist over (juridische) Recht, door te kiezen voor het politieberoep, evolueerde naar iemand die uiteindelijk heel veel kon vertellen over hoe Recht recht kan zijn, maar ook hoe krom Recht soms kan zijn.

Hier volgt het hoofdstuk:

Blauw en bezield

In 2006 kreeg ik van mijn chef een uitgave van de reeks Blauwe Denkers van de School voor Politie Leiderschap (SPL) onder mijn neus geduwd. Hij zei zoiets van: “Volgens mij is dit iets voor jou Jacques, ik ben ervan overtuigd dat je dit interessant vindt.” Ik keek naar het boekje en vroeg prompt: “Wat vind jij er van?”

Hij gaf een vluchtig antwoord in de trant van: “Ach, je moet er wel de tijd voor nemen om je in zoiets te verdiepen, maar het is zeker interessant.” Het bleef hierbij en wij gingen verder met onze bezigheden. Later werd ik toch een beetje nieuwsgierig en bladerde vluchtig door de brochure. Het was inderdaad interessant. In de inleiding werd de vraag gesteld wat politiemensen, die op zoek zijn naar de essentie van het politieberoep, bezield.

De brochure beschreef het ontstaan en de intentie van de Ithakabeweging. Dit was een groep van politiemensen die in een programma voor de School voor Politie Leiderschap, onderdeel van de Politieacademie, in 2005 op zoek ging naar een antwoord op vragen naar de essentie van politiewerk. De benaming Ithaka was ontleend aan het verhaal van Homeros waarin de Griekse held Odysseus na een lange reis van omzwervingen en beproevingen uiteindelijk weer thuis komt, in Ithaka, waar zijn vrouw Penelope nog steeds op hem wacht. De Ithaka-beweging heeft ook een reis gemaakt om te onderzoeken vanuit welke innerlijke overtuiging en bezieling politiemensen zich verbonden voelen met de taak die zij hebben in de samenleving.

Op het moment dat ik de uitgave in handen kreeg, stond ik op het punt mijn eerste boek De bezieling van een politieman uit te brengen. Wellicht zag deze chef in mij een politieman met een bezielde missie.
Volgens de samenstellers van het tekstboekje moesten we onze primaire taken niet uit het oog verliezen, harde krachten waren aan het winnen, de balans tussen prestatiecontracten en dat waar politie echt voor moest staan, raakte zoek. Het politievak werd uitgehold, het meetbare leek slechts te tellen, aldus de makers van de brochure. In essentie ging het om bescherming van de samenleving tegen criminaliteit en hulp bieden aan mensen die daarom vroegen. Politiemensen moesten het gevoel hebben dat ze iets betekenen voor de burgers, dat ze een belangrijke bijdrage bieden aan veiligheid. Tegelijkertijd bestond bij de Ithaka-leden een gevoel van onbehagen over de afnemende waardering en erkenning van ons waardevolle werk. Plezier in het werk en beroepstrots kwamen onder druk te staan. De onderwerpen in Blauwe Denkers hadden in elk geval raakpunten met de vragen die mij al jaren bezig hielden.

Voor mij werd langzaam duidelijk wat er met mij aan de hand was, waarom ik niet meer trots op mijn vak was en waarom ik geen plezier meer in mijn werk had. De zoektocht naar mijn innerlijke zijn was er een die overeenkwam met die van de schrijvers van Blauwe Denkers, namelijk dat de vraag naar de essentie van het politievak samenvalt met de vraag: “Wat bezielt mij?”
Uitgangspunt voor de samenstellers van de brochure was, dat mensen, organisaties en ook grotere gemeenschappen een eigen levensloop kennen en dat de unieke essenties zich in de loop der tijd uitdrukken in een specifieke ontwikkeling. Dat wordt zichtbaar in het levensverhaal met een buitenkant (uiterlijke biografie, chronologie, de loop de gebeurtenissen) en een binnenkant (de innerlijke biografie, het drama, de zin der handelingen). In elk leven komen cruciale momenten voor en worden beproevingen ondergaan. Die momenten zitten vol met boodschappen, die wel of niet worden begrepen, aldus de politieleiders van Ithaka.
De bij de Ithakabeweging aangesloten leden hadden gemeen dat hun onbehagen gekoppeld was aan de ambitie om iets positiefs op gang te brengen. Het was niet alleen een intuïtief signaal dat er iets waardevols op het spel stond. Het ging hen duidelijk om de diepste kern van het politievak en de wens om die essentie zichtbaar te maken.

Mijn beroepstrots kwam vanaf 2000 onder druk te staan. Ik had minder zin in mijn werk, was ziek en de passie was verdwenen (zie het hoofdstuk Veranderingen). In 2004 bereikte ik het dieptepunt voor wat betreft de zin in het werk. Het oplossen van een zaak en het maken van een dossier gaven me weinig werkvreugde, want elke handeling die ik verrichtte werd door anderen aangestuurd en daarna volgde controle op controle van het gedane werk. Voldoening haalde ik alleen nog uit betekenisvolle ontmoetingen met mensen, uit gesprekken met collega’s en hun verhalen, uit mijn eigen optreden tijdens interventies en uit de verhoren van verdachten. Wanneer slachtoffers en verdachten lieten horen dat ze tevreden waren over mijn werk of dat ik ze correct en met respect had behandeld, dan was ik daar trots op. De complimenten die ik van collega’s of chefs kreeg, nam ik graag in ontvangst en ze maakten me blij.

De verhalen van politiemensen gingen en gaan altijd over kritieke gebeurtenissen, over de overmeestering van een gewelddadige crimineel, over de aanhouding op heterdaad, over de reanimatie van het kind dat onder een auto was gekomen, over het bij elkaar rapen van menselijke resten van iemand die zich voor de trein had geworpen. Op die momenten wordt de bezieling van politiemensen pas echt zichtbaar. Emoties kunnen op dergelijke kritieke momenten bijna niet meer worden weggemoffeld, de kwetsbaarheid van de mens achter het uniform wordt zichtbaar voor collega’s en omstanders. De kwaliteiten van de politiemens zoals doortastendheid, empathie en hulpverlenen, die onder zulke omstandigheden boven komen drijven zijn belangrijk voor slachtoffers, voor de samenleving en voor iedere betrokkene.
Mijn leven zat vol met cruciale momenten en beproevingen. Ik voelde mij enorm aangetrokken tot de opvattingen van de Ithakabeweging en sloot me bij hen aan. Ik kreeg prompt een uitnodiging om in mei 2007 naar een bijeenkomst in de Academie te komen. Dat heb ik gedaan en ik was verrast dat ik de enige aanwezige was die geen leidinggevende functie had. In totaal waren zo’n zestig deelnemers op komen dagen. Dat leek niet veel, voor mij was het indrukwekkend om te zien hoeveel collega’s met de kern van en de menselijkheid in ons vak bezig waren.

De dag werd ingeleid door emeritus hoogleraar Dr. Cees Zwart. Hij vertelde wat hem bezielde en motiveerde om zich in te zetten voor de geleidelijke omvorming van mensen, organisaties en gemeenschappen, ten dienste van zinvolle en haalbare toekomstperspectieven. Voor ons zou dit volgens de professor kunnen betekenen dat wij op zoek moesten gaan naar inspiratiebronnen, zodat onze persoonlijke of gezamenlijke bezieling met meer innerlijk meesterschap werd benaderd en gehanteerd. Uitvloeisel daarvan zou zijn dat we met plezier onze taken in organisatie én samenleving konden vervullen. Volgens Dr. Zwart was zingeving op het werk lang niet altijd makkelijk. Dit kwam, omdat er geen modellen, schema’s of recepten voor bestonden. Laat staan gelikte, snelle oplossingen. Bij zingeving was er volgens Dr. Zwart meestal ook sprake van een zekere logica, en gezond verstand kon heel nuttig zijn, maar belangrijker waren toch persoonlijke afwegingen, levenskeuzes en verrassende wendingen. Kortom: Zingeving was in wezen een zoektocht naar duurzame inspiratiebronnen. Echt resultaat boeken op deze tocht betekende onderweg willen zijn en blijven proberen. Niet te veel verwachten van de korte termijn, maar durven investeren in de lange termijn luidde het devies.

De verrassende wending voor mij was dat de zin in mijn werk na ongeveer dertig jaar opeens verdween en dat ik de grootste moeite had dit te accepteren. De Ithakabeweging was voor mij een duidelijke inspiratiebron om op zoek te gaan naar nieuwe passie voor mijn werk, zodat mijn toekomstperspectief er beter zou gaan uitzien. Ik leerde die dag wel dat ik mijn verwachtingen moest bijstellen, die had ik te hoog ingesteld. In een machowereld als de politie is het moeilijk openlijk te praten over thema’s als emoties, kwetsbaarheid en menselijkheid op de werkvloer. Er wordt mondjesmaat geluisterd, meestal wordt er negatief gereageerd. Men vindt het lastig om er mee om te gaan en men vindt het wollige taal waarmee je in je dagelijkse werk niets kunt. Maar ik was onderweg en ik nam me voor om te blijven proberen. Ik besloot om nog meer de tijd te nemen om te luisteren naar de verhalen van collega’s en te vertellen over mijn zoektocht naar duurzame inspiratiebronnen.

Aan het eind van de dag werd de conclusie getrokken dat we aan het begin stonden van een proces dat moest groeien. Er werd afgesproken dat er over een half jaar een vervolg zou plaatsvinden en als iedere deelnemer ervoor kon zorgen een of meer mensen mee te krijgen, dan zouden er minstens een paar honderd mensen op de volgende conferentie zijn. Dat zou een sneeuwbaleffect teweegbrengen.
Helaas, ik hoorde niets meer van de Ithakabeweging, er kwam geen vervolg en tot op de dag van vandaag bleef het stil. De initiatiefnemers van toen zijn vertrokken van de Academie of hebben andere functies gekregen.

Ik bleef echter niet stilzitten.

Medio 2008 kwam ik opnieuw in contact met Lex Mellink, de parelvisser waarover ik in het hoofdstuk Hoe macho is de politiecultuur heb verteld. Hij was in die tijd directeur Maatwerk aan de SPL te Apeldoorn. Mellink had ik ook op de Ithakaconferentie in 2007 ontmoet. Hij had via mijn website het een en ander over mij vernomen en wilde graag van gedachten wisselen. Hij zag opmerkelijke overeenkomsten tussen onze ontwikkeling als politieman.

Mellink schreef in 2004 het artikel: “Als jij je danspassen verandert, stap je wel eens iemand op de tenen”, waarmee hij duidelijk wilde maken dat bepaalde verkregen inzichten over jezelf niet vanzelfsprekend en zonder problemen omgezet kunnen worden in je eigen gedrag. Hij zei dat daarmee geduldig moet worden geoefend omdat je te maken hebt met oude, ingesleten beelden en patronen, zowel in het werk als privé. In beide sferen moet ermee worden geoefend en om dat veranderingsproces vast te houden moet je er bewust en reflectief mee omgaan. Daardoor leer jij je bewust worden van jouw binnenkant, van authenticiteit en worden jouw relaties op alle gebieden echter, omdat jij jezelf durft in te brengen, zoals je bent.

Ik vond het intussen erg moeilijk om mijn verkregen inzichten om te zetten in mijn gedrag, want daarvoor moest ik oude patronen en opvattingen loslaten. Mijn rechtsgevoel, plichtsbesef en loyaliteit zaten diep in mij geworteld en ik kon me bijna niet voorstellen dat het verlies in de zin in mijn werk zoveel daarmee te maken had. Ik vond die structuren helemaal in orde, ze hoorden bij mij, zoals de kleur van mijn haar. Toch bleek naderhand dat gelijktijdig met het loslaten van die structuren de passie voor mijn werk weer toenam. Ik leerde inzien dat mijn rechtsgevoel, plichtsbesef en loyaliteit ontstaan waren door invloeden van mijn ouders, leraren en geestelijken. Ik was geïndoctrineerd zonder dat ik dit doorhad. Ik besefte in mijn rechercheperiode dat achter elk crimineel gedrag een reden zat. Voorheen was er maar één mogelijkheid. De wet was overtreden en dus was je strafbaar. Ik was de aangewezen persoon om daartegen op te treden. Wat mensen ook probeerden aan te dragen om onder de straf uit te komen, ik liet me niet ompraten. Fout was fout, zo simpel was het voor mij. Nu zag ik tijdens een verhoor de mens achter de verdachte en probeerde ik samen met hem of haar achter de reden te komen van de misdaad.

Het begrip plichtsbesef kreeg een totaal andere betekenis. Voorheen voerde ik uit wat mij werd opgedragen omdat ik dat voelde als een plicht. Ik was de ondergeschikte en moest mij schikken naar wat de meerdere mij opdroeg. Ik kwam daar zelden of nooit tegen in het verweer. Mijn loyaliteit reikte ver, ik was trouw aan mijn collega’s en mijn chefs. Als rechercheur kwam ik soms wel in opstand tegen een chef als mij niet beviel wat hij mij opdroeg, sommige collega’s liet ik links liggen of ik liet ze weten dat ik niet gediend was van hun benadering van een verdachte. Ik weigerde zelfs samen met sommige collega’s een verdachte te verhoren. Ik veranderde mijn danspassen en stapte inderdaad wel eens iemand op de tenen. Dat vond ik in orde, omdat het me verder bracht in de ontwikkeling als rechercheur en als mens. Ik was geduldig en vond telkens opnieuw de moed om op deze weg te blijven doorgaan. Ik werd authentieker en werd mij bewuster van mijn binnenkant. Daardoor besefte ik dat ik opener, eerlijker en oprechter werd naar collega’s en de mensen waarmee ik beroepsmatig te maken kreeg. Ik voelde me veel menselijker dan voor mijn recherchetijd en werd geestelijk en lichamelijk een gezonder mens. Ik ben Lex Mellink sindsdien nooit meer uit het oog verloren. In de tussentijd hebben we nog een paar keer verder gesproken over onze ontwikkelingen.

Twee Ithaka-leden ontmoetten elkaar op hun zoektocht naar bezieling. Ik ging voortaan door het leven zonder mij nog af te vragen: “Wat bezielt mij?” Mijn missie zou de rest van mijn leven bestaan uit het blijven zoeken naar duurzame inspiratiebronnen die mij op weg zouden helpen antwoorden te vinden op vragen die op mijn zoektocht zouden blijven ontstaan. Ik bleek in staat vastgeroeste patronen en structuren te veranderen, maar kon dat pas toen ik aangemoedigd werd door anderen, die een soortgelijk proces doormaakten. Zij wisten mij te inspireren om een andere weg te kiezen, door andere functies te gaan uitoefenen zodat de zin in het werk terugkeerde en ik gemotiveerd werd om mijn loopbaan als politieman af te maken tot aan mijn pensioen. Ik wist dat ik vanuit mijn nieuwe grondhouding in staat was om anderen te inspireren. Dat doe ik middels dit boek en door het gesprek aan te gaan met collega’s en leidinggevenden in het hele land.

Ik was blauw en bezield.

Laat een bericht achter.