De Allochtoon

Allochtoon, wat een woord! Alsof je vloekt. Allemachtig nog aan toe. Allah zit er ook een beetje in verwerkt. Allah is groot.

Anno 1969 werden de buitenlanders die in die tijd in de volksbuurten woonden en in de fabrieken werkten, gastarbeiders genoemd. In de jaren negentig werd de tweede generatie allochtonen geconfronteerd met een zich in een razend snel tempo ontwikkelende samenleving. Hier en daar ontspoorden kinderen uit die gezinnen en als politieman moest ik er vaak tegen optreden. Autochtonen én allochtonen ontwikkelden een levendige handel in verdovende middelen en mensen die niet sterk in hun schoenen stonden lieten zich meeslepen in deze wereld, als gebruiker of als dealer. Beide groepen zorgden voor veel narigheid en overlast. Het foute gedrag werd in statistieken verwerkt, waardoor het opviel dat sommige groepen buitenlanders procentueel zwaarder vertegenwoordigd waren dan de Nederlanders.

In de jaren negentig kreeg het begrip allochtoon ook binnen de politie meer betekenis. Er moesten meer agenten van buitenlandse komaf worden binnengehaald. De samenleving werd immers multicultureel.

Het aantal allochtone criminelen nam in een schrikbarend tempo toe, in de volksbuurten werden ze soms een plaag. De autochtone crimineel werd door politiek, bestuurders en politieleiding daarentegen naar de achtergrond verdrongen. De allochtone cijfers in tientallen onderzoeksrapporten werden vet gedrukt om duidelijk te maken dat vooral daar een groot probleem lag.

Het nieuwe millennium was nog geen tien jaar oud toen de Raad van Korpschefs openlijk zei, dat als politiemensen niet beter leerden omgaan met allochtonen, de samenleving ernstig dreigde te ontwrichten. Alsof de politie eenzijdig oorzaak was van het probleem. Radicalisering, (dreiging van) terrorisme, haat tegen buitenlanders, veroordeling van de islam en de daaraan verbonden Koran, bespotting van de profeet Mohammed en extremisme waren de thema’s van het nieuwe millennium.

Tijdens mijn politieloopbaan kreeg ik regelmatig te maken met collega’s van Turkse en Marokkaanse komaf. Het was voor mij een voorrecht om met deze dienders het straatwerk in uniform te doen, samen een recherchezaak te onderzoeken of hen te coachen gedurende hun stageperiode bij de recherche.
De Marokkaanse stagiair die ik tijdens mijn recherchetijd begeleidde, was erg open naar mij toe. Hij gedroeg zich eerlijk, oprecht en vooral collegiaal. Hij liet overduidelijk blijken zeer geïnteresseerd te zijn in mijn manier van denken en werken. Hij vertelde over zijn afkomst, cultuur en familie en over hoe het naar zijn mening kwam dat er zo veel jonge landgenoten in de criminaliteit terechtkwamen.

Het was eveneens een feit dat sommige allochtone politiemensen afwijkend of crimineel gedrag vertoonden, maar dat kwam ook voor onder de autochtone dienders. Niets nieuws onder de zon. Ik nam afstand van het geschreeuw vanuit de samenleving dat buitenlanders veelal criminelen waren. Het ging immers om een gedeelte van sommige groepen buitenlanders.
Toen ik op een keer tijdens een rustig moment een recherchemagazine opensloeg keken mij voornamelijk ogen vanuit een donkere huid aan. Toen schoot er even door mijn hoofd: “Verdomme, zou het dan toch zo zijn?”

De ervaringen met de allochtone collega’s zette zich door in de bejegening van buitenlandse criminelen, waarmee ik te maken kreeg. Tijdens de verhoren koos ik bewust voor een evenwichtige, menselijke en gelijkwaardige benadering. Mijn Marokkaanse collega deed dat ook. Wanneer de verdachte iemand van Marokkaanse komaf was, kreeg het verhoor een extra lading, omdat mijn collega als politieman binnen de eigen cultuur veelal werd gezien als een verrader. We benaderden de aangeklaagde op een humane manier. Zo wilden wij ook graag benaderd worden. Soms praatten we over persoonlijke zaken die niets te maken hadden met de gepleegde strafbare feiten. Het gevolg was dat wij vrijwel altijd volledige medewerking van de verdachte kregen en een gedetailleerde verklaring en bekentenis op papier kwam.

Enkele andere allochtone collega’s lieten zich positief beïnvloeden door mijn gedrag, zonder het te kopiëren. Zij vonden eveneens de rust en balans in hun werk. Ze zijn nog steeds erg enthousiast over mijn aanpak. Het bevestigt mij in de overtuiging dat een verhoor meer is dan een zakelijk vraag- en antwoordspel.

Politiemensen hoeven zich niet beter te gaan gedragen tegenover allochtonen, net zo min als dat andersom het geval zou moeten zijn. Wij zouden ons meer bewust moeten worden van ons mens-zijn tijdens de contacten met allochtonen. Voor een algeheel welslagen zouden allochtonen een soortgelijke ontwikkeling moeten doormaken. Zodoende kan er licht en lucht komen in de conservatieve opvatting dat de samenleving ernstig zou ontwrichten als politiemensen niet beter leren omgaan met allochtonen.

De begrippen allochtoon en autochtoon verdwijnen voortaan uit mijn vocabulaire om plaats te maken voor het begrip mens.

Laat een bericht achter.