Drama op de Spelen

De Olympische Spelen anno 2016.

Dat er sinds de eerste Olympische Spelen veel is veranderd, moge duidelijk zijn. Het is ook niet nieuw dat het belangrijkste sportevenement ter wereld  is geprofessionaliseerd en dat het inmiddels om astronomisch veel geld gaat.  Tegenstand en openlijke protestacties van de lokale bevolking worden niet of nauwelijks geacRuit_Geel_Vlam_1cepteerd, laat staan dat er iets door zal veranderen. De Spelen moeten koste wat kost doorgaan, altijd en overal.

Maar dat nog slechts winnen van levensbelang is, dat is wel erg opvallend.
Er moet gerouwd worden om een zilveren medaille, er wordt gewag gemaakt van het een na het andere drama wanneer iemand de verwachte en gehoopte medaille heeft gemist, verliezende topsporters staan jankend, trillend en snotterend voor de camera’s.  Alles wordt tot in de kleinste details door een horde aan journalisten, analisten, verslaggevers en presentatoren aan de wereld opgedrongen. Immers, sport is emotie en drama hoort bij sport net zoals euforie. Wanneer iemand de gouden medaille wint, stort zich een vloedgolf aan superlatieven over ons uit. Wordt er niet gewonnen, dan is er gefaald, klopt de voorbereiding niet, ligt het vaak aan allerlei zaken, behalve aan de sporter zelf. Het zijn opeens traumatische ervaringen, waaraan topsporters letterlijk en figuurlijk totaal kapot gaan aan omdat zij zelf, de verslaggevers en het volk vinden dat ze hebben gefaald.
Bij zilver en brons zijn teleurstellingen geen uitzonderingen meer en als er onverhoopt helemaal geen medaille is gehaald, dan is er sprake van een dramatische afgang, een  droom die uit elkaar spatte, van hoge verwachtingen welke niet werden waargemaakt.

Intussen hebben al heel wat topsporters trauma’s opgelopen. Is het niet vanwege ‘falen’ dan is het wel omdat ze naar huis werden gestuurd vanwege wangedrag. Regels zijn regels en daaraan dient men zich te houden. Behalve op het gebied van dopingcontroles en -procedures, daar wordt dan wel weer van afgeweken, immers de belangen zijn groot, nietwaar?
Huilende topsporters voor de camera’s, dát is pas échte televisie, zeggen de presentatoren. Dikke tranen biggelen langs wangen, onderwijl komt er uit de mond één brok frustratie en verdriet omdat niet werd voldaan aan de verwachting. Sommige atleten spreken openlijk hun twijfels uit over de prestatie van andere atleten. Sportiviteit in menselijke waarden zoals respect voor elkaars prestaties, zijn naar de achtergrond verdrongen, immers het gaat toch alleen maar om winnen? En dat kan er maar eentje!

Goud telt slechts. Af en toe wordt er ook nog gejubeld om zilver of brons, maar het hoogste schavot is het ultieme doel. Het volkslied is een noodzakelijke bijkomstigheid.. Nationalisme is iets voor het gepeupel, niet voor de atleet, die staat daar uitsluitend voor eigen eer en status. Soms zelfs ongeïnteresseerd en respectloos. De flanken zijn vaak bezet door mensen die op z’n minst teleurgesteld zijn of denken te hebben gefaald.

De Coubertin zou zich in zijn graf omdraaien als hij zou meemaken wat er verworden is van een sportevenement waarbij meedoen belangrijker is dan winnen. Duurbetaalde profs streven naar slechts één doel: de gouden plak, roem, geld en status. Jaren van voorbereiding gaan eraan vooraf. Dag en nacht heeft men ervoor geleefd.
Na verlies vertelt de atleet in de mixed-zone, een gebied waar journalisten vechten om hun eigen bestaan,  dat het lichaam kapot is, dat het klaar is, men kan niet meer. Sommige atleten hebben meer dan 10 jaar naar dat ene ultieme doel toegewerkt, namelijk goud halen op de Spelen.  Een nieuw trauma is geboren.
De t.v. is vergeven van de sport, en alsof dat nog niet genoeg is, kletst een leger aan analytici, betweters en presentatoren de uren aan elkaar. Heeft men geen hete hangijzers, lees: medaillekandidaten, in het vuur, dan zijn er altijd wel conflicten, ruzies, incidenten en details waarover men oeverloos kletst.

Ondanks alles kijk ik met veel plezier naar de sport. Want sport op zich vind ik mooi, indrukwekkend en soms spectaculair. Vooral de individuele sporten, waar man tegen man, vrouw tegen vrouw, vechten voor de winst.  Brood en Spelen, daar gaat het immers om, eten en amusement, panem et circenses zoals de Romeinen dat al duizenden jaren geleden propageerden. Toen was er van De Coubertin nog geen sprake, laat staan van Olympische Spelen.  Aan hoge verwachtingen had men toentertijd niets, de duim des keizers besliste of je won of verloor, of je leefde of stierf.
Tegenwoordig worden hoge verwachtingen simpelweg afgestraft met zware teleurstellingen. Daar heb je geen keizer voor nodig, dan doen de spelers en het volk zichzelf wel aan.

De dramatiek is nooit verdwenen, net zoals de euforie.

3 Comments

Laat een bericht achter.