Een nieuwe onderklasse?

Het vluchtelingenprobleem is uitgegroeid tot een gigantische wirwar aan politieke besluitvorming, zowel nationaal als internationaal. Of moet ik zeggen aan het gebrek aan besluitvorming?

Regeringsleiders, bestuurders, hulporganisaties en vrijwilligers worstelen dagelijks met de vraag waar en hoe de miljoenen vluchtelingen ondergebracht moeten worden. Er is geen houden meer aan, van alle kanten uit de wereld stromen mensen richting het welvarende Europa. Bondskanselier Angela Merkel roept steevast: “Wir schaffen das”, terwijl de weerstand tegen AZC’s en vluchtelingen met de dag heviger wordt. Partijen staan soms lijnrecht tegenover elkaar, terwijl er ook heel veel mensen zijn die de vluchtelingen van harte welkom heten. Zoals zo vaak hebben de schreeuwers en geweldplegers de overhand en dus ook de aandacht van de media.

In al die drukte en onvrede moet de politie de orde handhaven, want dat is immers haar taak.
Is dat nog wel op een adequate en integere manier te doen, vraag ik mij af als ik zie en hoor hoe er gereageerd wordt op de problematiek. Politici en bestuurders spreken met meel in de mond als zij het hebben over de motieven van tegenstanders. Politieke correctheid krijgt nu pas echte betekenis en velen vallen door de mand in hun geschreeuw om passende maatregelen. BN-ers zeggen in koor dat ze begrijpen dat mensen zorgen hebben en angstig zijn. Alsof ze dagelijks in gesprek zijn met wijkbewoners van Oranje, Nijmegen, Geldermalsen, Heesch en Woudenberg of met de vluchtelingen. Het ingooien van ruiten, brand stichten, bijeenkomsten ontregelen en met stenen naar de politie gooien wordt gelijk getrokken met het uiten van zorgen of zeggen dat je angst hebt.

Wie echter als diender met de poten in de modder staat, weet wel beter. De frustraties, meestal voortkomend uit een natuurlijke afkeer van gezag, worden op de politie afgereageerd. Aan de koffietafels in de politiebureaus, voor zover die nog in die buurten bestaan, vallen regelmatig de door de politiek en bestuurders angstvallig de vermeden begrippen als raddraaiers, hooligans, herrieschoppers en geweldplegers. Niet dat daarmee iedereen over een kam wordt geschoren, integendeel. Ook binnen de wijken zijn genoeg mensen die de vluchteling een warm hart toedragen. Het zijn simpelweg hele normale duidingen van mensen die er een sport van maken om bij dit soort gelegenheden rotzooi te trappen. Daarmee zijn wijkbewoners en politiemensen nog geen racisten of fascisten.

De gevestigde orde heeft de neiging om alle mensen die protesteren tegen de komst van een AZC in relatie te brengen met het gedachtegoed van de PVV, in het bijzonder met de oproep van Geert Wilders om in verzet te komen tegen de huidige opvang. In politiek correcte bewoordingen wordt dan gezegd dat het meestal om laag opgeleiden, de gewone man op de straat of in de wijk, mensen die het toch al moeilijk hebben en minderbedeelden gaat. Er is altijd een overeenkomst, maar ook een verschil tussen hoe mensen denken en hoe ze daadwerkelijk handelen. Dat geldt ook voor politiemensen.
Wist je bijvoorbeeld dat tijdens de verkiezingen van Rutte I (het gedoogkabinet) meer dan 80% van de toenmalige politiestudenten op de PVV stemde? Ik heb dat nooit vreemd gevonden en dus was ik ook niet geschokt toen ik dat vernam. In die zin is het ook niet verbazingwekkend dat hoogleraar Openbare Financiën en Sociale Zekerheid Harrie Verbon, werkzaam aan de Tilburg University, in publicaties zegt, dat deze migratie een aanval is op onze welvaart en dat met de komst van de vluchtelingen een nieuwe onderklasse wordt gecreëerd. Het is maar hoe je zelf (beroepshalve) in het leven staat en dergelijke problemen tegemoet treedt.

Politiemensen doen geen wetenschappelijk onderzoek over boven- en onderklasse. Hun beroep brengt ze in contact met alle lagen van de bevolking en met alle mensen en hun gedrag. Zij verkeren constant in een toestand die je kunt omschrijven als de waan van de dag. Iedere diender heeft, zoals elk mens, te maken met het eigen geweten. Ben je in staat om je eigen persoonlijke opvatting over normen en waarden, over rijk en arm, over goed of slecht, over migranten en criminaliteit, over politiek en bestuur, in perspectief te plaatsen met wat je daarover buiten jezelf aantreft? Durf je de confrontatie met jezelf aan te gaan?
Volgens mij is dit nog veel ingewikkelder dan de praktische problemen. Het zou kunnen dat je in conflict raakt met je eigen geweten. Dan is er niemand die zich daarom bekommert, of het zou al moeten zijn dat jouw zichtbare handelen wordt af- of goedgekeurd.

De bovenklasse en de onderklasse heeft te maken met deze morele weerbaarheid. Het is immers iets van ieder individu, wie of wat je ook bent. Er is er maar één die daar iets aan kan doen, en dat ben je zelf.

 

 

 

Laat een bericht achter.