Het Bericht

Samenzijn

Alfons Smeets Schin op Geul Olieverf op doek, 100×110 cm

25 september 2006.
Een doodgewone maandag, zoals er altijd maandagen zijn.
Ik kom thuis van mijn werk, met de fiets en ga via de poort aan de zijkant achterom naar binnen. Mijn vrouw zit aan tafel en zoals gebruikelijk slaat de hond Gino aan, want hij is blij dat het baasje thuis komt.
Het valt me op dat mijn vrouw niet direct reageert. Ze kijkt niet op met die lachende blik, zoals gebruikelijk, maar zit stil voor zich uit te kijken. Normaal moedigt zij de hond aan om mij tegemoet te snellen. Deze keer blijft de deur dicht en komt er geen kwispelende hond naar mij toe gerend. Een gevoel van onzekerheid bekruipt me. Er is iets aan de hand, maar wat?
Is er iets met haar zus, die in het ziekenhuis ligt met vochtophoping in de benen en waarbij pas geleden het vermoeden van een tumor is vastgesteld?

Ik zet mijn fiets in het hok. Met lood in de schoenen open ik de deur. Gino springt vrolijk tegen me op.
“Af”, commandeer ik. Hij trekt zich terug in zijn mand.  In de kamer tref ik mijn vrouw huilend aan en onze zoon zit stilletjes op de bank.
Ik vraag wat er aan de hand is en mijn vrouw zegt snikkend:
‘De dokter is geweest en het is niet goed’.

Ik word door angst en verdriet overmeesterd. Nee hè, geen kanker. Ik begrijp het direct, de dokter is de uitslag komen brengen over het twee jaarlijks mammografie in de beruchte bus.
‘Ik dacht er weer langs te komen, morgen zijn de 14 dagen voorbij. Om half drie ging de bel en daar stond de huisarts aan de deur, de schrik sloeg mij om het hart’.

Ik pak haar stevig vast, wrijf haar liefkozend over haar hoofd en zeg zachtjes dat alles goed zal komen en dat ik er voor haar ben. Zij knikt en ik voel dat zij iets rustiger wordt. Met horten en stoten komt het verhaal eruit.
‘Er is een verdachte afwijking ontdekt in de rechterborst en ik moet naar het ziekenhuis voor nader onderzoek. Men wist niet of het om een goedaardig of kwaadaardig gezwel ging. Donderdag moet ik naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. Er ligt een brief op de dressoir’.

Ik weet niet goed wat ik moet zeggen.
‘Heeft de dokter iets gezegd over kanker’, vraag ik?
‘Nee, dat woord heeft ze niet genoemd, er was iets verdachts ontdekt in de rechterborst, zij wist ook niet wat het was’.

Ik voel medelijden en het enige wat ik kan zeggen is:
‘Daar slaan we ons ook nog wel doorheen, komt tijd komt raad’.

‘Ik laat me er zeker niet zo gemakkelijk onder krijgen’.
Haar woorden klinken moedig en vol overtuiging.

Ik lees de brief van de huisarts, het is niet meer dan een verwijzing naar de specialist in het ziekenhuis. Een paar opmerkingen over een verdachte afwijking in de rechterborst, dat is alles.
Daar zit je dan, je komt thuis van het werk en dan zo’n bericht. Ik kijk mijn zoon aan en hij knikt veelzeggend nee in mijn richting. Ik voel tranen in mijn ogen, maar kan niet huilen. Waarom huil ik nu niet, vraag ik mij verwonderd af, ik ben toch verdrietig? Vreemd, maar het is niet anders, het huilen blijft uit.
Mijn vrouw komt een beetje tot haar positieven en ze zegt dat ze mij een paar keer heeft proberen te bellen op mijn mobiel. Uitgerekend op zo’n moment heb je dat verdomde ding uitstaan.
Ik pak hem uit mijn tas en luister naar de ingesproken berichten.

‘Hoi möp, bel me ‘ns terug als je wil?’
Heeft ze nog tot vijf uur alleen thuis moeten zitten met haar angst en verdriet. Ik heb echt met haar te doen en pak haar nog eens stevig in mijn armen. Vanuit een automatisme herhaal ik de woorden:

‘We slaan ons er wel doorheen, we hebben ons tot nu toe overal doorheen geslagen en dit lukt ook, hè?’

‘Ik wil wel niet dat mensen mij nu gaan zien als de zielenpoot, ik wil gewoon doen en verder leven’.
Dat klinkt behoorlijk strijdvaardig uit haar mond.

‘Ik ben er voor je, ik heb je lief’, mompel ik.

Zo, dat is pas een indrukwekkend bericht. Ik dacht dat ik veel gewend was, maar dit is iets totaal anders. Toch maken verdriet en angst al heel snel ruimte voor nieuwe krachten en impulsen om vooral niet in een put van ellende te gaan zitten. Het is opmerkelijk dat mijn vrouw enkele keren zegt, dat zij niet van plan is zielig te gaan doen en dat zij zich ook niet als zielig zou laten behandelen, door wie dan ook.
We spreken over hoe er verder mee om te gaan, wanneer iets en vooral wat tegen welke familieleden zeggen? Dat zijn dan blijkbaar van die dingen waar je over spreekt. Toch ontstaat al heel snel de situatie waarin wij op zoek gaan naar hoopgevende aspecten uit dit bericht. Er is namelijk nog helemaal geen duidelijkheid over kanker, er is een afwijking geconstateerd en die moet nader onderzocht worden. Laten we eerst maar eens afwachten wat het onderzoek a.s. donderdag gaat opleveren. Wie weet, valt het allemaal mee, dadelijk hebben we ons voor niets zorgen gemaakt.

We gaan over tot de orde van de dag, ik merk dat ik honger heb.

‘Laten we gaan eten. Ik heb best honger’, zeg ik terwijl ik het deksel van een van de potten optil. Lekker, rode kool met gehaktballen.
‘Is goed, eten moeten we toch’, zegt mijn vrouw.

Knap van haar, heeft zij toch nog gekookt, ondanks de angst en het verdriet. De eerste schrik zit erop, nu volgt een tijd van onzekerheid en angst. Het bericht is onverbiddelijk hard aangekomen, het is een voldongen feit dat de arts aan huis is geweest en gezegd heeft dat een afwijking is geconstateerd. Ik laat mijn gedachten tot rust komen, laat ze voor wat ze zijn en voel dat ik innerlijk rustig word.
Het is tijd om dit bericht te laten bezinken, ook voor mij.


Boek Kanker Verwoesting en GeneeskrachtVerkorte versie van Hoofdstuk 2  uit mijn boek Kanker, Verwoesting en Geneeskracht (2008)
ISBN: 9789051796087
Uitgever: Gopher B.V. Amsterdam
Prijs: € 17,50

 

3 Comments

  1. Lieve vrouw van Jacques en Jacques

    Weet dat ik met jullie meeleef. Met je vrouw. Ik weet hoe het voelr om een negatief bericht te krijgen. En … zoals nu ben ik ook in afwachting van een mammogram uitslag.
    Het is normaal om bang te zijn. Heel veel sterkte en ook vertrouwen dat het mee zal vallen voor jullie.
    Als ik een advies mag geven, vrouw van Jacques, blijf BIJ jezelf en houd teveel aanloop even af.
    Maar ja, misschien is dat wel persoonlijk?

    Liefs en sterkte
    Tilly … die hem ook opeens erg knijpt van de spanning.

    Reply

Laat een bericht achter.