Recht op privacy bij ziekmelding

Opeens overkomt het je toch. Je word ziek. Niet zomaar een beetje ziek, nee, echt ziek. Langdurig. Jarenlang was er niets aan de hand. Velen onder ons zal dit bekend voorkomen.
Het overkwam mij ook, intussen vele jaren geleden. Elke dag opnieuw ging ik goedgemutst aan de slag om de wereld ‘n stukje veiliger te maken. Immers, dat was toch een van de belangrijkste redenen waarom ik bij de politie ging. Boeven vangen, hulp bieden aan mensen die dat nodig hadden, iets kunnen betekenen voor de samenleving, een stap naar voren zetten waar anderen terugdeinzen, maar ook vast werk en inkomen, alsmede een goed pensioen deden een duit in het zakje.

Toen ik ziek werd volgden er gesprekken met collega’s en met leidinggevenden. Om de zoveel tijd moest ik naar de bedrijfsarts zoals de Arbowet dat ook toen al voorschreef. Mijn directe chef kwam op bezoek, al of niet vergezeld van een collega. Dat deed mij goed en de gesprekken die wij voerden gingen altijd over mijn symptomen, artsbezoek, medicatie en over het langzame herstel. Daarbij heb ik niet één enkel moment gedacht dat de leidinggevende iets verkeerds zou doen met mijn privacygevoelige informatie. Hij toonde simpelweg warme menselijke belangstelling. Uiteraard begrijp ik wel dat de verhoudingen soms zodanig zijn verstoord dat er sprake zal zijn van wantrouwen en terughoudendheid. Maar dat lijken me eerder uitzonderingen dan regel.

Nu, zoveel jaar later lees ik dat vakbonden en werkgever het eens zijn geworden over de tekst van een Handboek Inzetbaarheid en Re-integratie Nationale Politie. Een van de belangrijke kwesties in het handboek is het recht op privacy bij een ziekmelding.
In het handboek staat onder andere dat een leidinggevende niet aan je mag vragen wat je hebt, wat de oorzaak is van je ziekte, wat voor behandeling je krijgt, of je medicijnen gebruikt, of je naar de huisarts bent geweest of wat jouw specialist zegt over jouw ziekte. De leidinggevende mag ook niets meer vragen over andere privacygevoelige (medische) gegevens, zoals bijvoorbeeld over de klachten, over jouw geestelijke of lichamelijke toestand, over therapieën, over relatieproblemen, een verhuizing, het overlijden van een partner of scheiding.

Ik vraag me af hoe dat te rijmen valt met de ontwikkeling van PTSS bij een werknemer die binnen een bepaalde tijd regelmatig kortstondig ziek is, maar toch blijft doorwerken en waarover zijdelings misschien het een en ander door collega’s wordt gesignaleerd. Want om te weten te komen hoe iemand in zijn of haar vel zit zullen er toch vragen moeten worden gesteld die wellicht privacygevoelig zijn? Ook, en misschien juist door een leidinggevende.
Zeker, ik ben al een paar jaartjes met pensioen, gezond en wel. Ik heb mij nooit druk gemaakt over privacygevoelige informatie die ik vanuit mezelf verstrekte aan mijn leidinggevende. De samenstellers van het handboek vinden dat eigenlijk ook vanzelfsprekend. Er is immers ook een persoonlijke relatie met een chef. Ik heb gedurende mijn carrière niet anders gekend.

Maar waarom dan toch zo’n handboek? Zou er werkelijk zoveel onderling wantrouwen zijn ontstaan? Heeft het te maken met de reorganisatie of met de drang om zich te allen tijde voor alles en iedereen te moeten verantwoorden? Is men bang voor claims of aansprakelijkheid? Zou het echt alleen maar te maken hebben met de bescherming van persoonlijke gegevens jegens de werkgever? Een adequate rechtsbescherming is prima, maar je kan er ook in doorschieten.
Bij het recht op privacy bij een ziekmelding lijkt hiervan sprake te zijn. Het is te hopen dat deze ontwikkeling niet een nog grotere wig slaat tussen de werkvloer en de leiding.

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, met andere woorden, het handboek zal volgens mij meer vertrouwen schaden, dan verkrijgen. Stel je voor dat je lichamelijk en geestelijk al lange tijd kampt met een ziekte die je maar niet onder controle krijgt. Jouw leidinggevende komt op bezoek en op de menselijke en belangstellende vraag die hij of zij stelt: “Wat heb je en ben je naar de huisarts of een specialist geweest”, geef jij als antwoord: “Dat zeg ik niet, ik heb recht op privacy.”
Het bezoek zal dan snel een einde vinden en het zal het genezings- en/of het re-integratieproces zeker niet ten goede komen. Ik vermoed dat er een nieuw ernstig conflict ontstaat.
Wellicht zal daarover het volgende nog te schrijven handboek gaan.

 

 

1 Comments

  1. Het zal er altijd om draaien dat de underdog (de zieke werknemer) het zwaard van Damocles boven zijn/haar hoofd weet hangen.
    Goed stuk, Jacques

    Reply

Laat een bericht achter.