Voltreffer!

JaquesSmeets- Foto tbv schrijverspleinNoodweer?
Of toch  niet?

Van alle kanten hoor je uitspraken als opluchting en blijdschap na het nieuws dat politieman Ronald V. in hoger beroep door het Gerechtshof ontslagen werd van rechtsvervolging. Advocaat Geert-Jan Knoops deed waarvoor hij was aangesteld. Hij ging op zoek naar de juridische punten, komma’s en vooral de tienden van seconden, die in het eerdere vonnis aan de orde waren gekomen. Het Gerechtshof raakte overtuigd na het bekijken van camerabeelden op de parkeerplaats waar het incident was gebeurd.
Het Hof zag kennelijk iets wat de Rechtbank over het hoofd had gezien, namelijk dat er inderdaad een collega voor de bewuste auto stond toen Ronald op de bestuurder schoot en dat drie seconden daarvoor een andere agent voor de auto had gestaan. Heeft dat met onzorgvuldigheid van de Rechtbank te maken of met meer professionaliteit van het Hof en advocaat Knoops? Je zou toch denken dat de zaak ook uiterst nauwkeurig en professioneel bij de Rechtbank werd behandeld. Of was het toch net dat tandje minder?

Voor de politieman die het fatale schot loste gelden hele andere wetten, wanneer het op nauwkeurigheid en professionaliteit aankomt. Na die ene actie, dat ultieme moment dat zich in een paar seconden afspeelt, staat een leger professionals klaar om achter de spreekwoordelijke groene tafel uit te pluizen in hoeverre er sprake is van rechtmatig, wetmatig, subsidiair en proportioneel optreden. De agent, deel uitmakend van een speciale aanhoudingseenheid, handelde vanuit de opdracht de van een ramkraak verdachte persoon aan te houden, te voorkomen dat deze met de auto op de vlucht sloeg en om zichzelf en collega’s te beschermen die op dat moment gevaar liepen.
De verdachte wilde slechts één ding. Wegwezen, hoe dan ook. Het maakte hem blijkbaar niets uit om de auto eventueel als wapen in te zetten, met het risico dat hij politiemensen omver zou rijden. Hij nam ook bewust het risico om de bijrijder in gevaar te brengen. Overigens weet ik niet eens wat deze bijrijder voor rol speelde en waarom hij in die auto naast de verdachte zat.

Ronald vertrok die dag van huis om zijn werk als professional te doen, zoals dat van hem dagelijks werd verwacht en geëist. Hij was speciaal getraind om dergelijke aanhoudingen uit te voeren, waarbij altijd het uitgangspunt is, geen of zo weinig mogelijk geweld te gebruiken, rekening houdende met de beginselen van subsidiariteit (welk middel en wanneer ingezet) en proportionaliteit (hoeveelheid en zwaarte van toegepast geweld).
Dan gebeurt er iets wat zich geen enkele politieagent wenst. Hij en collega’s raken in nood en hij beslist uiteindelijk als laatste middel zijn dienstpistool te gebruiken. Hij mikt op de bestuurder, de kogel raakt echter niet de bestuurder maar de bijrijder, die zwaar gewond raakt. Voltreffer! Helaas de verkeerde getroffen.
Dat overkwam Ronald. Een ramp natuurlijk, want dat was helemaal niet de bedoeling. In de man achter het stuur school het gevaar en die moest gestopt worden. Op de schietbaan is het vaak geoefend. Niet op een echt mens schieten natuurlijk, maar er komen wel allerlei denkbare – en dus ook soortgelijke – situaties aan bod. Zo’n oefening is echter nooit te vergelijken met een echte hectische aanhoudingssituatie.

Ik vraag me af wat er in Ronald moet zijn omgegaan. Voor hem zal het niet als een voltreffer hebben gevoeld. De buitenwereld oordeelt keihard. Voor hem en tegen hem. Vanuit de organisatie en ook ver daarbuiten zijn de geluiden grotendeels ondersteunend en collegiaal. Anderen roepen dat de bijrijder maar niet bij de ramkraker in de auto had moeten stappen. Eigen schuld, dikke bult, hoor je dan. Weer anderen vinden dat de politie uit een stelletje cowboys en criminelen bestaat, dat er maar op los schiet. Dat ze niets kunnen, alleen maar blunderen. Iedereen heeft wel iets te zeggen over een actie, waarover slechts een paar mensen kunnen zeggen wat er écht is gebeurd en gevoeld. De gevoelens bij het schot zijn alleen maar voor Ronald, op die locatie, op dat moment. Samen met je collega’s die erbij waren. Er zal zeker sprake zijn geweest van een adrenalinestoot, spanning is er altijd in dat soort situaties, ook als er niet geschoten wordt.

Ik probeer mij een voorstelling te geven van wat dit incident met Ronald heeft gedaan. Het lukt me niet, ik denk alleen maar aan situaties waarin ik door de jaren heen zelf verzeild ben geraakt. Ik heb wel een aantal keer het pistool getrokken, maar heb nooit daadwerkelijk op een mens geschoten. Gelukkig maar, ik weet niet hoe ik zoiets had verwerkt en al zeker niet als ik iemand zwaar gewond of, in het ergste geval, gedood zou hebben. Ik heb één keer oog in oog met iemand gestaan, die mij dreigde aan te vallen met een baksteen. Dat was ergens in de jaren ’70. Hij reed zich na een lange en wilde achtervolging, vast en kon geen kant meer op. Hij stond bekend als vuurwapengevaarlijk dus trok ik mijn pistool en sommeerde de man de steen te laten vallen, anders zou ik schieten. Nou ja, sommeerde? Ik schreeuwde. Maar het werkte wel, hij liet de steen vallen en hij kon gearresteerd worden. Wat ik me van dit incident kan herinneren is, dat ik stond te trillen op mijn benen, en zweette als een otter. Over dit incident werd nog lang nagepraat.

Als ik dit afzet tegen wat Ronald doorgemaakt moet hebben, dan is dat toch van een geheel andere orde. Achter de groene tafels heeft men geen weet van de gedachten en gevoelens van de agent waarover wordt geoordeeld. Zij lezen de processen-verbaal en horen politiemensen, getuigen, verdachte, advocaten en deskundigen vertellen over hun bevindingen.
De politiewereld schreeuwt intussen moord en brand en eist, samen met de politiek, dat politiemensen, die bij de uitoefening van hun beroep genoodzaakt zijn om geweld te gebruiken, niet gelijkgesteld dienen te worden aan criminelen, die willens en wetens misdrijven plegen.

In het geval van Ronald, komt dat er nog eens bovenop.

Los van de persoon Ronald – ik ken hem niet, heb hem nooit persoonlijk gezien of gesproken – meen ik toch te moeten zeggen dat ik ronduit opgelucht ben dat hij ontslagen is van rechtsvervolging. Daarmee is hij formeel gezien in ere hersteld en is hopelijk ook een stuk onrust binnen de politiewereld weggenomen. Het zegt toch heel veel dat er collega’s zijn die er voor uitkwamen in overweging te hebben genomen hun dienstpistool in te leveren als hij echt in de gevangenis was terechtgekomen. De vraag is natuurlijk in hoeverre zijn ongetwijfeld aangetaste beroepseer daadwerkelijk is hersteld en of hij zijn beroep tot aan zijn pensioen kan uitdienen.
De tijd zal het leren. Hij heeft iemand levensgevaarlijk gewond, hij was de verdachte, werd door de Rechtbank veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens het plegen van een misdrijf en is uiteindelijk ontslagen van rechtsvervolging, omdat het Gerechtshof ongeveer twee jaar later heeft uitgesproken dat hij uit noodweer handelde.

Is dat een voltreffer? Juridisch misschien wel. Menselijk en politieel gezien is het een drama.

 

 

 

2 Comments

    • Dank je wel Ymke, voor deze korte maar mooie reactie.

      Ik krijg reacties van collega’s binnen die in hun carrière ook voor de keuze hebben gestaan: schieten of toch niet.
      Vanwege de privacygevoeligheid worden ze niet hier geplaatst, maar krijg ik deze middels persoonlijke berichten.
      Dat geeft wel iets aan hoe diep dit soort gebeurtenissen er inhakken.

      Reply

Laat een bericht achter.